Hoi, daar ben ik weer! Het heeft eventjes geduurd, maar ik heb eindelijk weer iets interessants te vertellen. En als ik dan toch bezig ben, vertel ik gelijk maar een aantal oninteressante dingen ook. Maar eerst: Roadtrip!
Een aantal weekjes (ja, het gaat best snel) kwam ik via-via Leonie tegen, die hier in PE in een gastgezin woont. Ze nodigde me uit om samen met haar huisgenoot Berend (Beertje) een week naar Kaapstad te gaan. ‘Chill,’ dacht ik.
Op Zondag 1 augustus was het raak: Met zijn drieeen (ik kan het trema hier niet op het toetsenbord vinden) gingen we op weg. In een Citi Golf. Dat is eigenlijk gewoon een Golf I zoals hij in de jaren zeventig ook in Europa werd gebouwd, maar omdat mensen hier niet zoveel geld hebben werden die dingen hier tot vorig jaar nog gebouwd.
We vertrokken pas laat, omdat er door Leonie nog gewerkt moest worden. Uiteindelijk kwamen we om een uur of zeven ’s avonds aan in Stormsrivier, waar een hele kekke backpacker stond. Het ding leek heel erg provisorisch gebouwd, met golfplaat enzo. Maar het had wel ontzettend veel sfeer. In het stadje had het enige eettentje dat nog open was alleen nog maar chips en spareribs. In Zuid-Afrika is de patat de helft van de tijd best vies. Het wordt waarschijnlijk te koel gefrituurd, want het is slap en vet. Mijn maagje kon daar niet zo goed tegen, dus dat kwam er ’s nachts allemaal weer uit jammer genoeg.
Op maandag trokken we verder over de N2, die voor de kenners deel uitmaakt van de Garden Route. Onderweg kwamen we geheel toevallig Tsitsikamma National Park tegen, waar we een fijn stukje gewandeld hebben. Daar werd ik voor het eerst geconfronteerd met het fenomeen rotsklipdassies. Een soort kruising van cavia’s met konijnen en pure liefheid. Ze zitten een beetje naar je te staren op een rots, en voor de rest doen ze niets. Ze vinden het alleen niet zo leuk om aangeraakt te worden, anders waren het de perfecte beesten.
Na Tsitsikamma zijn we doorgereden naar Simonstown, vlak bij Kaapstad. Daar had de broer van de gastvader (naar woord) van Leonie en Berend een huis. We hebben hem redelijk dik mogen betalen, maar het uitzicht maakte alles goed. Zijn huis staat op een heuvel, waar je echt een magistraal zicht hebt op de baai. Sowieso ben ik de hele trip over de Garden Route bezig geweest met bedenken waar ik precies een huis zou gaan bouwen. Ook heb ik Simonstown voor het eerst in weken weer een beetje fatsoenlijk gegeten. Ik heb zo ontzettend veel patat gegeten de laatste tijd, dat ik bang ben dat ik het nooit meer lekker ga vinden.
Ik dwaal af. Ik geloof dat we dezelfde dag nog Cape Point en Kaap de Goede Hoop hebben aangedaan. Je weet, die plek waar wij Nederlanders iets hebben gedaan. Wat dat iets is is voor de geschiedenis verloren gegaan, althans voor mij. Het was in ieder geval mooi, en daar gaat het om.
Dag drie zijn we naar Kaapstad geknald, alwaar de Tafelberg beklimmen onze eerste activiteit was. Gelukkig duurt zo’n beklimming minimaal drie uur, dus we zaten vrij rap in de kabelbaan. Tafelberg is wel een harde baas. Daarna heb ik met klasgenootje Elske geluncht, die in Kaapstad stage liep. Waarover later meer.
Toen de lunch op was ben ik naar het waterfront gerend, alwaar ik Berend en Leonie weer tegenkwam. Botanisch tuintje gedaan, daarna terug naar Simonstown.
Die avond ben ik samen met Elske en een vriendin van haar op stap geweest in Kaapstad, wat ik wel heel fijn vond. Je bent er tenslotte niet elke dag. Ik vond het echt heel tof om gewoon weer even lekker face to face met een bekende te kunnen praten, en ik heb het zelfs voor elkaar gekregen om in Elske’s Facebook foto te figureren. Wat wil je nog meer. Ik had een fijn bed in een soort huiskamer, met een hele diepe kuil er in. “Dat slaapt toch niet lekker?” zullen jullie je afvragen, maar dat doet het dus wel.
Beertje en Leonie waren in Simonstown gebleven, en die pikten me de volgende dag op om naar Stellenbosch te gaan. Dat is volgens mij zo’n beetje de rijkste stad van heel Zuid-Afrika. Het is ontzettend mooi, en heel erg blank. Je hebt in die regio een groot aantal wijnboerderijen, waarvan we drie bezocht hebben om wijn te proeven. Dat is relaxed, en ik ben nu een expert op dat gebied.
Na Stellenbosch de R62 genomen door de Karoo, een soort kruizing van woestijn en prairie. Ik werd er een beetje depressief van, maar het is ook wel weer leuk. Het plaatsje Oudtshoorn was onze laaste stop, en we zijn daar twee dagen gebleven. De eerste dag hebben we een beetje gechilld, want toen we aankwamen was het al redelijk laat. Er lag struisvogelvlees op de braai, en ik heb nog wat Amerikanen kunnen uitleggen waarom ‘Smoked Gouda’ heiligschennis is.
Onze laatste echte vakantiedag werd gevuld met het bezoeken van een struisvogelboerderij, een klauterpartij door de plaatselijke grotten en een soort van kruizing tussen een dierentuin en een kinderboerderij. Dat laatste was suf, maar gelukkig wel heel duur. De struisvogelboerderij was wel tof. Je kan zelfs op die beesten rijden. Ik dan weer niet, omdat ik daar te dik voor ben.
In de grotten kwam ik er achter dat ik toch wel een klein beetje angst heb voor kleine ruimtes. We deden de avontuurlijke route, wat inhoudt dat je je door tunneltjes moet persen. Ik vond dat naar, en ik kan me heel goed voorstellen dat mensen daarvan in paniek raken. Maar ik heb het overleefd, en daar gaat het om geloof ik.
En op zondag zijn we terug naar PE gereden, wat dan ineens best wel een hele lelijke stad blijkt te zijn.
En dan nu de wat minder interessante zaken: De stage gaat op zich wel OK. Het is wel moeilijk, om niet te zeggen schier onmogelijk, om met interessante nieuwsideeen te komen als je de stad niet kent. Ik ben daarom een klein beetje afhankelijk van wat ik van de newsdesk krijg. Vier andere stagaires zijn dat ook, dus af en toe zit ik bijzonder weinig te doen, zoals nu. Af en toe heb je een sprankje hoop dat je brekend nieuws bij de poot hebt, maar dat is tot nu toe aldoor met een sisser afgelopen. Maar ik blijf hopen.
In huis is het nu een beetje saai. Ik woon daar nog samen met 1 jongen, maar we zien elkaar eigenlijk bijna nooit. Daarmee wil ik niet zeggen dat ik niets te doen heb, want op wonderbaarlijke manier vermaak ik me over het algemeen prima. Gister even langs geweest bij iemand die ik aan het begin ontmoet heb, is gaan reizen, en nu voor 2 dagen terug is. En vanavond een filmpje pakken. Wat ik morgen ga doen weet ik niet, maar het zal wel loslopen.
Pats, dat zijn bijna 1200 woorden. Lijkt me genoeg voor vandaag, foto’s komen later.
Emma
10 augustus 2010 at 19:15
Vertaal dit naar het Engels of Afrikaans (als je echt niks te doen hebt naar het Xhosa) en BAM! Daar is je column in de krant! Of niet??
Hadden ze je voor dat je de grotten in ging ook verteld dat er wel eens iemand klem gezeten heeft voor een paar uur?
Vooral erg vervelend voor de mensen die al wel het tunneltje door waren.. (Ik was t niet).
Wanneer kom je terug? x
Annemieke
16 augustus 2010 at 14:32
Dirkieeee =D Ik ben drie weken weggeweest dacht nou weer even alles inhalen, maar zoveel was het niet haha. Maar jeee lekker even weekje gechilld dus. Ben wel benieuwd naar je foto’s!! Succes dr weer mee! Lieefs,